

In de oostelijke Indische Oceaan, binnen vangstgebied FAO 057, wordt gevist in de warme en diepe wateren tussen Zuidoost-Azië, Sri Lanka en de noordkust van Australië. Vanuit havens langs deze kusten varen vissersschepen uit om met de beug — een lange lijn met haken, ook wel longline genoemd — op zwaardvis te vissen. Het is een visserij die in dit deel van de wereld al decennialang een belangrijke rol speelt.
De zwaardvis is een grote, krachtige roofvis van de open oceaan. Hij is sterk migrerend en leeft in de tropische en gematigde delen van de Indische, Atlantische en Stille Oceaan. Overdag jaagt hij in de diepte op inktvis en kleinere vissen en legt daarbij flinke afstanden af. In de Indische Oceaan paait de zwaardvis vooral in de kustwateren ten zuidwesten van Réunion, gedurende de austral lente en zomer, van oktober tot april.
Door zijn actieve, jagende leefwijze ontwikkelt de zwaardvis een stevige, vaste spierstructuur. Dat geeft het vlees zijn karakteristieke, vlezige beet — eerder als een moot dan als een zachte visfilet — terwijl het licht van kleur blijft en bij de bereiding goed in vorm houdt. Daardoor is zwaardvis bij uitstek geschikt voor de grill, de pan of de oven.
De zwaardvisserij in de Indische Oceaan valt onder het beheer van de Indian Ocean Tuna Commission (IOTC). Bij de meest recente beoordeling werd de zwaardvisstand in de Indische Oceaan aangemerkt als niet overbevist en niet onderhevig aan overbevissing. Daarnaast nam de IOTC in 2024 voor het eerst een beheerstrategie voor zwaardvis aan, gericht op een gezonde en duurzame stand op de lange termijn.