Met kabeljauw kun je alle kanten op. In Nederland kennen we de veelzijdige vis natuurlijk van kibbeling, maar de manieren om hem te bereiden zijn eindeloos. Een kabeljauwfilet met vel is bijzonder geschikt om op de huid te bakken. Het vel beschermt het visvlees tijdens het garen en zorgt tegelijkertijd voor extra smaak en een mooie krokante structuur.
Bak de filet op de huid in de pan, pocheer hem in olie of melk of bereid de kabeljauwfilet in de oven met kruiden en groenten.
ep de kabeljauwfilet goed droog en breng aan beide kanten een beetje zout aan. Bestrooi het vel licht met zout vlak voordat je de vis in de pan legt. Dit helpt om vocht uit het vel te trekken, waardoor het tijdens het bakken mooier krokant wordt.
Verhit een beetje olie in een koekenpan op middelhoog vuur en leg de kabeljauwfilet met het vel naar beneden in de pan. Laat de vis rustig bakken zonder hem te verplaatsen. Zo krijgt het vel de kans om krokant te worden.
Houd de filet in de gaten. Zodra de vis voor ongeveer driekwart gaar is, draai je hem voorzichtig om en laat je hem nog kort verder garen. De gaarheid kun je herkennen aan de kleur van het visvlees: hoe witter het wordt, hoe verder het gaar is.
Voeg aan het einde van het bakken nog een klontje boter toe aan de pan en schep de gesmolten boter een paar keer over de vis. Dit geeft extra smaak en zorgt ervoor dat het visvlees mooi sappig blijft.
Energie 329 kJ / 77,6 kcal, Vetten 0,57 g (waarvan verzadigde vetzuren 0,10 g), koolhydraten 0 g (waarvan suikers 0 g), Eiwitten 18,10 g, zout (g) 0,23 g.
