







Laat je verrassen door de zachte, milde smaak van écht verse Wilde Noorse kabeljauw met vel. Deze kabeljauw is Skrei, een bijzondere soort Noorse kabeljauw die bekendstaat om zijn uitzonderlijke kwaliteit.
Skrei leeft het grootste deel van het jaar in de koude Barentszzee. In de winter begint deze kabeljauw aan een indrukwekkende reis van duizenden kilometers naar de Noorse kust, waar hij bij de Lofoten-eilanden komt om te paaien. Door deze lange trektocht staat Skrei ook wel bekend als “de reiziger” of “de zwerver”.
Juist die lange reis maakt de vis zo bijzonder. Het vlees wordt stevig, spierachtig en helderwit van structuur en heeft een pure, verfijnde smaak. Skrei wordt bovendien alleen gevangen in een kort seizoen, ongeveer van januari tot april.
Na de vangst krijgt de vis eerst de tijd om te rijpen, waardoor de smaak zich optimaal kan ontwikkelen. Vervolgens wordt de kabeljauw precies op het juiste moment ingevroren, zodat de kwaliteit, structuur en smaak perfect behouden blijven.
Het vel geeft tijdens het bakken extra smaak en zorgt voor een mooie, knapperige textuur, terwijl het visvlees vanbinnen zacht en sappig blijft. De milde smaak combineert goed met veel soorten kruiden en groenten.
Energie 329 kJ / 77,6 kcal, Vetten 0,57 g (waarvan verzadigde vetzuren 0,10 g), koolhydraten 0 g (waarvan suikers 0 g), Eiwitten 18,10 g, zout (g) 0,23 g.
De kabeljauw wordt vacuüm verpakt en bevroren geleverd. Het kan dus direct de vriezer in. Zie etiket voor THT.
Ontdooi de kabeljauw, door het een dag van te voren in de koelkast te leggen. Laat de vis 15 minuten van te voren op kamertemperatuur komen.
Laat de vis voor gebruik volledig in de koelkast ontdooien. Dep het vel goed droog met keukenpapier. Bestrooi vervolgens een klein beetje zout op het vel vlak voordat je de kabeljauw in de pan legt. Het zout helpt om vocht uit het vel te trekken, waardoor het tijdens het bakken mooier krokant wordt en niet aan de pan blijft plakken.
Verhit een beetje olie of boter in een koekenpan op middelhoog vuur en leg de kabeljauw eerst op het vel in de pan. Laat de vis rustig bakken zonder hem direct te bewegen, zodat het vel goed kan krokant bakken en de vis gelijkmatig gaart.
Wanneer de kabeljauw bijna gaar is, voeg je een klontje boter toe aan de pan. Laat de boter smelten en schep deze een paar keer over de vis. Zo krijgt de kabeljauw extra smaak en blijft het visvlees mooi sappig.